september 10, 2007
De bolderkar
De bolderkar
In onze appelboomgaard groeien veel distels. In bloei zijn ze prachtig, maar om er doorheen te lopen is minder aangenaam. Die middag hadden mijn man en ik er weer een flink aantal uit de grond getrokken. Wij zaten nog wat uit te blazen op de bank voor het huisje, toen de poort krakend openging en onze oudste zoon met vriendin èn bolderkar in de opening verscheen.
Een bolderkar? Ik kende deze alleen van strandvakanties. Ouders die op deze manier hun kinderen door het mulle zand trokken…
Wij hebben in de boomgaard geen mul zand, maar ook geen pad. Vanaf de poort moet je ongeveer 200 meter door het gras lopen voordat je bij het huisje bent. Met veel bagage is dat een flink gesjouw. In de zomer is dat geen probleem, dan rijden wij de auto naar binnen. Maar als het dagen achter elkaar geregend heeft, kun je de auto maar beter buiten de poort laten staan. Dat zijn lessen die snel geleerd zijn. Wij hadden al een paar keer meegemaakt dat de auto weliswaar nog wel naar het huisje gereden kon worden, omdat het veld schuin naar beneden loopt, maar vervolgens – terug naar de poort – niet voor- en achteruit te krijgen was… Erger nog: bij het starten kon het gebeuren dat de glijdende wielen een bruisend modderbad veroorzaakten.
En zo kwam het dat wij al vaker hadden zitten puzzelen over hoe wij – als het gras te drassig werd – op een handige manier zware dingen van de poort naar het huisje konden vervoeren.
En daar stond nu de bolderkar. De gebruiksmogelijkheden werden ons allengs duidelijk. Wij vervoerden om te beginnen de distels daarin naar de vuurplaats. Door de vier luchtbanden trok het een stuk lichter dan de kruiwagen. En ja, geleidelijk aan werd van alles en nog wat door de bolderkar vervoerd: stenen voor het terras, zware cementzakken, boodschappen, hout voor de open haard enzovoort. De bolderkar werd het vervoermiddel bij uitstek!
Eind februari werd ons kleinkind geboren en in het voorjaar ging zij voor het eerst mee naar onze boomgaard. Hoewel het nog aardig koel was, konden wij ons in de zonnige vijgenhoek in de warmte koesteren. De bolderkar onderging een transformatie: deze werd schoongeboend en volgestopt met zachte kussens en dekentjes. Na een paar dagen lag er een blakend gezond kindje in de kar, dat lang en tevreden sliep terwijl rondom de vogels verleidelijk floten en de natuur langzaam begon uit te lopen…
‘s Winters wordt de bolderkar weggezet in de schuur. Zodra ik die schuur binnenstap voel ik mij in een andere wereld. Het is er stil en geheimzinnig.
Ik stel mij wel eens voor dat middernacht, als heel in de verte de kerkklok twaalf uren slaat, de verhalen lostbarsten. Want daar hangen en staan zoveel dingen met een eigen geschiedenis. Er hangen – bijvoorbeeld – hooivorken, met oude versleten stelen, die al een lang leven achter de rug hebben. Hetzelfde geldt voor de pikhouwelen, de zagen, de bijlen. De gedeukte zinken emmers. De kruiwagen. Er staat ook een oude fiets uit Holland. En de bolderkar.
Toen wij in het voorjaar terugkwamen, bleek dat de bolderkar ook daar niet nutteloos had gestaan. Toen ik een “vergeten” dekentje eruit haalde, dwarrelden er kleine snippertjes krantenpapier en karton op de grond. Kleine stukjes stof en touwtjes. Allerhande draadjes. Verder een flinke hoeveelheid leeg gepeuzelde hazelnoten. En tot slot ging een muis er als een speer vandoor…
Mei 2004 Marije Vlieger